Deelsessie: Cultuurparticipatie 

Verkiezingsconferentie Cultuur en Gemeenten, Kunsten ’92 – 2 februari 2018, Leeuwarden

In de deelsessie ‘cultuurparticipatie oké, maar dan…?’ vroegen we ons samen met de aanwezige wethouders, ambtenaren en enkele burgers en kunstenaars af hoe de gemeente burgers succesvol inspraak kan bieden in cultuurbeleid. Veel gemeenten zijn er inmiddels over uit dat het belangrijk is om de samenleving te betrekken bij het maken van (cultuur)beleid en er bestaat een wereld aan verschillende inspraakmethoden. Maar hoe zorg je ervoor dat een democratisch proces ook echt gedragen wordt, zowel intern in de organisatie als door burgers?

Om deze vraag te beantwoorden nodigden de European Cultural Foundation en Netwerk Democratie niet alleen wethouders en ambtenaren uit om hun visie te delen maar ook initiatiefnemers uit het culturele veld. Veel verschillende barrières en succesfactoren kwamen aan bod die kunnen worden samengevat in de volgende drie pijlers: vertrouwen, verbinden & overbruggen en een lange termijnvisie.

Creëer vertrouwen
Tijdens de introductie vertelde Anja van den Dolder, wethouder in Hellendoorn, dat er tijdens de co-creatie van hun meerjarige cultuurvisie in eerste instantie ook veel angst ontstond. Er was vanuit de raad en de provincie wel draagvlak voor een bestuurlijk experiment, maar culturele instellingen zelf waren bang dat er wellicht veel verloren zou gaan als bewoners de nieuwe cultuurvisie zelf mochten invullen. “Men wilde loslaten, maar aan de andere kant kwam er weerstand, want wat als de bewoners geen bioscoop of cultuureducatie willen?” vertelde Van den Dolder. Een oplossing was om vanaf de start zowel ambtenaren en raadsleden als culturele organisaties te betrekken in een kernteam zodat ze hier hun expertise konden delen en samen de centrale vraag konden formuleren. Dit kernteam zorgde voor een goede balans tussen sturen en loslaten.

Uiteindelijk bleek uit het participatieproces in Hellendoorn dat bewoners de bestaande cultuurinstellingen en infrastructuur heel waardevol vonden en dat er juist maatschappelijk draagvlak bestaat om deze te behouden. Door met een duidelijke vraagstelling te werken kregen bewoners ook meer vertrouwen in het participatieproces. Uit de opstartfase bleek dat als het niet duidelijk is wat je eigenlijk gaat doen met wat je ophaalt, er al gauw veel enthousiastelingen afhaken. Voor goede participatie is het daarom belangrijk dat je een heel goed verwachtingspatroon hebt bij de mensen met wie je participeert.

Niet alleen bewoners moeten het vertrouwen hebben dat er iets te kiezen valt, ook ambtenaren moeten openstaan voor nieuwe perspectieven. Zo vertelde Edwin Stolk, beeldend kunstenaar en initiatiefnemer van Basiskamp Entre Nous in gemeente Westerveld, dat ambtenaren vaak waardevolle input mislopen doordat ze niet inzien dat kunstenaars en initiatiefnemers kunnen bijdragen aan hun beleid. Veel bottom-up initiatieven vinden geen ingang in de gemeente en lopen daardoor vast. Een belangrijke uitdaging is dus om ervoor te zorgen dat het geluid van bewoners wel echt gehoord wordt.

Leg nieuwe verbindingen
Een van de oplossingen die tijdens de deelsessie werd aangedragen om meer open te staan voor de bijdrage vanuit het veld is door nieuwe verbindingen aan te gaan. Voor de interne organisatie van de gemeente betekent dit dat er meer in cross-overs tussen afdelingen en budgetten gedacht moet worden. Zo moet er vanuit het cultuurbudget vaak een ‘nee’ verkocht worden. Door echter verbindingen te creëren vanuit andere afdelingen, ontstaan er veel meer mogelijkheden.

Naast nieuwe verbindingen in de interne organisatie wordt er door de aanwezige initiatiefnemers ook gezocht naar nieuwe verbindingen met het maatschappelijk veld. Een voorbeeld hiervan werd aangedragen door Jan-Willem van Kruyssen, een van de betrokkenen bij de Friese initiatiefgroep Democratische Vernieuwing. Deze initiatiefgroep van enthousiaste burgers en kunstenaars stelt voor om een ‘gemeenschapsraad’ te creëren die een brug kan vormen tussen het domein van overheid en kunstinstellingen en het kunstveld. Dit is te vergelijken met een sociale raad of een coöperatieve wijkraad waarin bewoners thematisch kunnen aanhaken om samen aan een vraagstuk te werken. Door aan de ene kant overheid en politiek, en aan de andere kant kunst, dorpsbelangen en wetenschap te betrekken kan de gemeenschapsraad een nieuw middenveld creëren waarin op maatschappelijke vraagstukken kan worden samengewerkt.

Vanuit de deelnemers werd aangekaart dat er naast verbinden dus ook een taak ligt om te overbruggen. Een constructie zoals een gemeenschapsraad kan ervoor dienen om over sectoren heen met elkaar samen te werken. Juist kunstenaars kunnen een belangrijke rol spelen om dit soort nieuwe samenwerkingen te starten die maatschappelijke problematiek in een ander perspectief plaatst en ruimte creëert om te experimenteren.

Maak inspraak structureel
De vraag blijft hoe burgers op de lange termijn ingang kunnen blijven vinden in gemeentebeleid. Het eenmalig ophalen van input is namelijk funest voor het eigenaarschap van bewoners over het uiteindelijk uitgevoerde beleid. Ook het voorbeeld uit Hellendoorn toonde dat als je iets ophaalt je ook op constante wijze moet blijven terugkoppelen. Zo worden er in Hellendoorn meerdere bijeenkomsten georganiseerd om samen met bewoners de opgehaalde ideeën te verwerken in een prioritering en om te kijken wat mensen nodig hebben om zelf, wel of niet met steun van de gemeente, met de ideeën aan de slag te gaan.

Een andere manier die werd aangedragen om van eenmalige inspraak naar iets structureels te komen is door geld vrij te maken en de verschillende kernen in de gemeente of wijkinitiatieven hun eigen budgetten te laten besteden. Hierin is het belangrijk dat er zekere autonomie bestaat door niet te veel vooraf gestelde normen aan de besteding van de budgetten te verbinden. Hierin kunnen digitale tools dienen om transparant te maken hoe het geld verdeeld wordt.

Bij de discussie over geld kwam ook naar boven dat het doel van inspraak in cultuurbeleid niet alleen moet zijn dat burgers worden betrokken bij beleid, maar ook dat zij meer eigenaarschap verwerven over culturele uitingen. Participatie dient er in dit opzicht dus ook voor om het cultureel aanbod beter te laten aansluiten bij het publiek en eigenaarschap te creëren over culturele uitingen.

Tenslotte bleef er de zorg bestaan dat de ambtenaar en burger of kunstenaar elkaar bij de afwezigheid van een Culturele hoofdstad of een participatieproces zoals in Hellendoorn maar moeilijk weten te vinden. Op de lange termijn vraagt dit om een andere verhouding tussen gemeente en samenleving. Twee oplossingen werden tijdens de deelsessie aangedragen om inspraak in cultuurbeleid toch op de lange termijn te kunnen borgen:

  1. En roulerende gemeenschapsraad met cultuuraanjagers

De gemeenschapsraad kan op de lange termijn functioneren door rond elk nieuw thema andere stakeholders uit verschillende domeinen te laten aanschuiven. Hier heb je (cultuur)aanjagers voor nodig die mensen opzoeken in de wijk en verbindingen kunnen leggen tussen de raad en relevante initiatieven en organisaties. Zo kan er per thema op een gelijkwaardige manier besproken worden wat belangrijk wordt gevonden binnen dat thema en wat elk domein in het vraagstuk kan betekenen.

  1. Verbind participatie met lange termijn doelen

Een belangrijke tactiek om inspraak van burgers en organisaties in beleid te borgen is door deze te verbinden met een lange termijnvisie. Een duidelijke stip op de horizon kan verbindend werken, terwijl de politiek elke vier jaar wisselt. Zo werden de Sustainable Development Goals geopperd als een manier op lange termijn samen de ambities te bepalen. Stel bijvoorbeeld voor tien jaar een lange termijnvisie vast waarin alle domeinen en instellingen worden betrokken.

Door Anne de Zeeuw, Netwerk Democratie

>> Bekijk de volledige verslaglegging van de dag op de website van Kunsten ’92