Het Europees Burgerinitiatief is zoiets als de nationale variant, alleen met iets meer tanden; Als je in Nederland 40.000 medestanders laat tekenen dan krijg je met veel moeite een debatje in de Tweede Kamer. Dat is al een zeldzaamheid, maar op Europees niveau moet je een miljoen burgers heel veel moeite laten doen en daarna belooft de Europese Commissie het uit te voeren of met een onderbouwde afwijzing komen. Als directe democratie-instrument is dat zeldzaam sterk. Een referendum bijvoorbeeld kan doorgaans alleen maar iets corrigeren. Bij de liefhebbers van directe democratie zijn de verwachtingen van dit instrument dus ook hoog. Sommige sprekers die dag hebben voelbaar hun carrière gewijd aan meer directe democratie en lieten dat merken. Gerald Häfner (Europarlementariër), Bruno Kaufmann en Carsten Berg bijvoorbeeld, allemaal verbonden aan het Initiative & Referendum Institute Europe (IRI), waren in alle sessies prominent aanwezig.

De burgers hebben in ieder geval hun best gedaan het afgelopen jaar. Het lijkt erop dat iedereen die ervan wist ook een initiatief heeft getekend. Of andersom, door het tekenen van zo’n initiatief wisten ze dat het bestond. De Eurobarometer heeft de vraag naar de bekendheid van dit instrument naar verluid weer weggelaten uit de periodieke vragenlijst omdat het niet te meten is. Er zijn nog geen twee miljoen ondertekeningen verzameld nu. Optimistisch geformuleerd zijn dat toch nog 1 op de 250 Europese burgers. Bruno Kaufmann opperde zelfs nog om alle huishoudens op dit continent een brief over dit instrument te sturen in de hoop dat daarna een kwart ervan weet.

Vooralsnog moet het Europees Burgerinitiatief als instrument bekend worden door de praktijk. Daarvoor wordt vooral gekeken naar het initiatief dat tot nu toe de meeste ondertekeningen heeft getrokken; Right2water.eu heeft al meer dan een miljoen ondertekeningen. Dat is een hele prestatie en volgens het IRI vooral toe te schrijven aan een breed debat in Duitsland en Oostenrijk over een dreigende privatisering van drinkwater. Dit initiatief wil dat de EU erkent dat iedereen een recht op water heeft en dat het niet een dienst of product is waar je consument van bent. Niet onbelangrijk is ook dat er niet een handvol gewone burgers achter zitten, zoals bij de meeste initiatieven, maar dat de vakbonden voor werknemers bij overheidsbedrijven (EPSU) dit initiatief hebben genomen en er ook een budget van €100k voor hebben gevonden. Maar dan nog zijn ze er niet. Ze hebben zeven keer teveel ondertekeningen uit Duitsland terwijl ze met de steunbetuigingen uit bijvoorbeeld Nederland nog niet eens op een achtste zijn gekomen van wat de regel eist. Met een miljoen steunbetuigingen ben je er namelijk nog niet, het moet ook Europees gedragen worden. Niet alleen in een paar lidstaten.

Bijna iedereen heeft moeite met de vertalingen, de juridische consequenties van de spelregels en de technische problemen van het online verzamelen van steunbetuigingen.

Maar het is in dit stadium vooral de uitvoering waar het op blijft hangen. De meeste initiatieven zijn afkomstig van een alliantie van betrokken burgers, al dan niet ondersteund door een kleine organisatie. Bijna iedereen heeft moeite met de vertalingen, de juridische consequenties van de spelregels en de technische problemen van het online verzamelen van steunbetuigingen. Voor oplossingen kijkt men voornamelijk naar de Europese Commissie. Voor wat betreft de regeling zelf is dat terecht, want daar gaan ze over. Ook voor vertalingen zouden de diensten van de Europese Unie in theorie erg bruikbaar zijn, weinig andere organisaties op dit continent produceren zoveel vertalingen. Helaas werkt zelfs dat niet omdat de vertaalafdeling de vingers niet wil branden aan zo’n politieke tekst. Een initiatiefnemer mag een tekst voorleggen ter goedkeuring en als het afgekeurd wordt moet je het zelf fixen. Niet constructief.

De juridische complicaties komen vooral voort uit de hopeloos complexe uitwerking van de regeling (211/2011). Een resultaat van de EU-processen wat voor de meeste wetgeving niet zo erg is, maar wel als je er concrete software in detail mee voorschrijft. Een EU-unicum volgens mij. Tot overmaat van ramp heeft de Europese Commissie zelf ook software laten bouwen door de eigen IT-afdeling. Een begrijpelijke improvisatie om verder gezichtsverlies te voorkomen, maar niet veel meer dan dat. We hebben hier dan ook van doen met de minst geschikte partij om zoiets te leveren. Ze hebben geen enkel track-record in het bouwen van gebruikersvriendelijke webinterfaces, laat staan dat ze de gewenste open source-werkwijze gewend zijn. Daarnaast zijn de juridische eisen aan de techniek vanuit regeling 211/2011 ook duizelingwekkend. Niet dat het betere software oplevert; juridische details zijn immers de kerntaak van de commissie, niet het bouwen van lekkere, plakkende campagne-software. Een netelig, juridisch webformulier is het resultaat. Zelfs internetbankieren heeft een fijnere interface. Probeer zelf eens een initiatief te ondertekenen of kijk naar een filmpje van mijn poging. Desondanks blijft men hopen op betere software van de commissie. Ondergetekende intervenieerde met een opmerking hierover (videofragment uit de webstream), met als achtergrond dat ik al 3 miljoen steunbetuigingen heb verzameld met petities.nl. Wij als burgers moeten zelf betere software maken en die goedgekeurd krijgen.

Een goed voorstel daarvoor kwam van Xavier Dutoit, onder de naam ‘ECI-in-a-box‘. Het is te vergelijken met de diensten van een bedrijf als Ogone, dat creditcardbetalingen afhandelt. Een webshop kan nog zo amateuristisch opgezet zijn, de betaling zelf wordt afgehandeld door zo een derde partij die niets anders doet dan dat. Het flitst heel kort voorbij op je scherm als je een betaling doet. Iets dergelijks moet er ook komen voor de initiatieven, een fijne webpagina voor het ondertekenen van een ECI die iedereen kan embedden. Initiatiefnemers kunnen zelf wel een website in elkaar (laten) zetten, maar het verwerken van de ondertekening wordt dan centraal door een gespecialiseerde dienst afgehandeld. Initiatieven hoeven dan ook niet telkens door een complexe, dure certificatie-mallemolen. Die schade kan beperkt en uitbesteed worden tegen een bescheiden contributie. Gratis is niet realistisch, maar een bijdrage vergelijkbaar met wat je als groepje burgers rond een tafel ter plekke op kan hoesten, een paar honderd euro, zou voldoende moeten zijn.

Mij viel op dat men het nauwelijks meer heeft over de zogenaamde pre-ECI als oplossing. Voordat je begint met een Europees Burgerinitiatief doe je er goed aan om eerst een klassieke petitie op te zetten in een enkele lidstaat. Slaat dat aan, dan begin je vergelijkbare petities in andere lidstaten. In Frankrijk en Duitsland zijn er ook petitiesites van burgers, zoals petities.nl. Pas als hiermee veel steun binnenkomt maak je er eventueel een Europees Burgerinitiatief van. Maar in dat stadium zijn ook allerlei andere opties om succesvol beleid te beïnvloeden. Zeker op Europees niveau is dat als burger niet zo moeilijk als het lijkt, zeker niet als je je gesteund weet door tienduizenden burgers. Grassroots begint uiteindelijk onderop, in de lidstaten en niet bij de commissie in Brussel.

Lees eventueel ook over deze dag een verslag van Democracy International of Euractiv.