06|02 Verslag Brainstorm WRR ‘de kansen van open data

T.b.v. van aanbevelingen voor een Open Tweede Kamer
Wat hebben Pieter Winsemius, developers en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid gemeen? Op de brainstormavond over open data op 6 februari, gehost door Netwerk Democratie en de Open State Foundation, bleek dat elk van hen gegronde ideeën heeft met betrekking tot een open-databeleid. Niet altijd op dezelfde lijn, niet altijd vanuit dezelfde gedachte – maar juist tegenstellingen in opvattingen maakten deze avond tot een waardevolle bijdrage aan het discours over open data.


Vertrouwen in burgers

Het advies over burgerbetrokkenheid dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aan de regering zal uitbrengen, is gestoeld op een onderzoek: ‘Vertrouwen in burgers’. De projectleider van dit onderzoek is Pieter Winsemius, oud-minister VROM en raadslid van de WRR. Doel van afgelopen maandagavond was dan ook het formuleren van een vijftal adviezen over de positie van de overheid met betrekking tot het openbaar maken van data. Zoals Stef van Grieken (Open State Foundation) in zijn pleidooi nog eens onderstreepte, is de Amerikaanse regering een van de pioniers op dit gebied. Een voorbeeld uit de Verenigde Staten is de website data.gov, een door deze overheid gepubliceerd platform om publieke toegang tot overheidsdatasets te verbeteren. Een ander (onafhankelijk) initiatief is de Sunlight Foundation, tevens opgericht met de bedoeling om met behulp van het internet de burger meer transparantie te bieden in de gang van zaken bij zijn of haar regering.

 

Open databeleid
Niet alleen agenda’s, maar ook uitspraken van politici, toegangsverstrekkingen tot de Tweede Kamer, stemuitslagen,  de handelingen met tijdsaanduiding: al deze informatie kan via een weloverwogen open-databeleid openbaar gemaakt worden. En dat is wel zo democratisch, vindt Van Grieken. Volgens hem moet de overheid het voorbeeld van Google volgen en meer de status van ‘platform’ aannemen; wij burgers komen er dan, met de juiste technische tools, zelf wel uit. Tijs van den Broek, onderzoeker bij TNO, plaatst een cruciale kanttekening bij deze aanname: wekken open data namelijk wel vertrouwen bij de burger op? Uit universitair promotie-onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt namelijk het tegendeel.  Misschien is dit wantrouwen wel het gevolg van de input van burgers die minder goede bedoelingen hebben of op een destructieve manier omgaan met open data. Tom Kronenburg, lid van het EPSI-platform en researcher voor het Ministerie van Binnenlandse zaken, oppert dat er een systeem zou moeten komen dat ‘slechte invloeden’ filtert en waarin “inhoudelijke reacties behouden blijven”. “Dat is er al!” roept Van Grieken. Uit de daarop volgende discussie, waarin diverse vaktermen over tafel worden gevuurd, blijkt dat er – zelfs onder experts – nog aardig wat algemene onduidelijkheid heerst over wat tegenwoordig nu wel en niet mogelijk is.

 

Criminaliseer de hacker niet!
Dan is er de rol van hackers. Als er één groep is die fervent voorstander is van open data, zijn zij het wel. Het voorbeeld van Diginotar passeert vanzelfsprekend de revue. Het maatschappelijke protest over het inzetten van hackers om digitale beveiliging van dergelijke bedrijven te controleren, wordt eveneens aangehaald. Hackers: moeten we ze buiten de digitale deur proberen te houden of juist hun hulp aanpakken om lekken in de dijk te ontdekken? “Criminaliseer de hacker niet!” wordt veelvuldig geroepen. In plaats van criminaliseren kunnen ze namelijk ook onder een klokkenluidersregeling gebracht worden.
Winsemius suggereert het in het leven roepen van een ‘wolmerk voor warme hackers’: de groep hackers die wil helpen met het beveiligen van overheidsdata – in tegenstelling tot de zogenaamde ‘koude hackers’ –, moeten we in de armen sluiten, vindt hij.

 

Adviezen
Welke adviezen zijn er dan uiteindelijk geformuleerd? We willen machine-readable data. Informatie die volledig is en juridisch herbruikbaar. We willen informatie over volksvertegenwoordigers, zoals een lijst met toezeggingen van Tweede-Kamerleden en de personen die een toegangspasje van de Tweede Kamer verstrekt krijgen. Er is behoefte aan rijke informatie over de procesgang, en ook petities vanuit de burgers moet veel serieuzer genomen worden door de overheid. Tenslotte moet de hulp van ‘maatschappelijke organisaties’ of initiatieven, zoals hackerverenigingen, niet geschuwd worden.

 

Tot slot
Tijdens deze brainstormavond werden vele ideeën gespuid en gedachten over de maatschappelijke rol van open data besproken. Aan de vijf definitieve adviezen die uiteindelijk aan de WRR worden overhandigd, wordt momenteel nog gewerkt door de aanwezigen. Het is echter duidelijk gebleken dat open data een veelzijdig concept is, dat vele mogelijkheden kan bieden voor de maatschappij, de burgers en hun relatie met de overheid.